Laatst was ik weer in mijn lievelingsstad: Berlijn. De stad die me nooit verveelt. Waar ik uren rond kan slenteren met alleen mijn camera. Waar ik, ook als ik 26.000 stappen op een dag zet, altijd weer opgeladen vandaan kom. En nu, in de trein terug, vraag ik me af: wat is het toch dat ik elke keer weer terugkom?

Ik denk dat het de verscheidenheid is. Van statige oude panden tot blokkerige plattenbau. Kleurrijke gevels afgewisseld met grijze kantoorpanden. Sovjet-architectuur naast barok, restanten van de muur en groene stadsparken waar de konijntjes rond je voeten huppelen. De stad die nooit écht slaapt, maar waar je op zondag wel stratenlang kunt slenteren zonder een mens tegen te komen. Combineer dat met een fascinerende geschiedenis en een horeca-aanbod om u tegen te zeggen, het feit dat je er met de trein naartoe kan (love treinreizen) en over het algemeen vriendelijke mensen en dan kom je dichtbij mijn favoriete plek op aarde. 

Waar je je in Zwolle nog wel eens een aansteller voelt als je met je MacBook en/of notitieboek in de plaatselijke koffiezaak gaat zitten, is dat in Berlijn volledig geaccepteerd. Mensen kijken niet op van een vrouw alleen, die met een kop koffie en een Zimmtschnecke (kaneelbroodje, die van Zeit für Brot zijn het allerlekkerst) driftig van zich af zit te schrijven. En hoewel Duitsers zeker niet de meest openhartige personen op aarde zijn, zit een oprecht kletspraatje er altijd in. De sfeer is vrij en relaxt: iedereen laat je met rust en je mag zijn wie je wilt zijn. Niet dat ik daar in het dagelijks leven nou zoveel moeite mee heb, maar het is fijn om te zien dat het hier voor iedereen geldt. Zonder dat er gefluisterd of gegiecheld wordt.

Het is de creativiteit die letterlijk van de muren druipt. Overal. Van graffiti tot kleine sculpturen en van opgeplakte stencils tot stickers in alle soorten, maten en boodschappen. Het is de recente geschiedenis die nog zo ongelooflijk tastbaar is. In de restanten van de muur, de voelbare verschillen tussen oost en west en hoe die met elk bezoek weer een stukje verder weg lijken. Het is een stad die altijd in ontwikkeling is, die er met ieder bezoek weer anders uit kan zien en waar de hijskranen altijd ontelbaar zijn.

Natuurlijk kent Berlijn ook zijn minder charmante kanten. Zoals bijna elke Europese hoofdstad wordt ook Berlijn overspoeld met (feestende) toeristen op elektrische stepjes, zie je op elke hoek van de straat daklozen die écht geen vangnet hebben, is Berlijn inmiddels zo populair dat de huren in grote delen van de stad onbetaalbaar zijn, staan er stiekem best veel heel lelijke gebouwen en als je goed oplet, zie je de ouderen die lege flessen uit de prullenbakken vissen om hun armzalige pensioen aan te vullen met statiegeld. 

Het minder charmante Berlijn zorgt ervoor dat veel bekenden van mij in eerste instantie niet snappen waarom ik mijn hart verloren heb aan die stad. Maar als ze beter kijken, tussen de hijskranen door en met wat achtergrondinformatie over de geschiedenis in hun rugzak, komen ze altijd weer een keertje terug. Net als ik.

Ben jij wel eens in Berlijn geweest? Of misschien meer dan eens? Ik ben benieuwd!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *